wijzigen

‘Wijzigen’ is van oorsprong een overgankelijk werkwoord: iemand wijzigt iets.

  • Ik heb nog een paar details in de tekst gewijzigd.
  • Door het slechte weer moesten we onze plannen wijzigen.

Tegenwoordig wordt ‘wijzigen’ ook zonder lijdend voorwerp of zonder wederkerend voornaamwoord gebruikt. Het betekent dan ‘veranderen, (door iets) anders worden’.

  • Woensdag wijzigt de prijs van een aantal aardolieproducten.

Het is vaak beter concreet te zeggen in welke zin iets verandert.

  • Woensdag wijzigt de prijs van een aantal aardolieproducten.
    Beter: Woensdag stijgt de prijs van een aantal aardolieproducten.
    Beter: Woensdag wordt een aantal aardolieproducten goedkoper.