wijten / danken

Iets positiefs hebben we aan iemand of iets te danken.

  • Het bedrijf heeft zijn goede resultaten te danken aan de onvoorwaardelijke inzet van het personeel.

Iets negatiefs hebben we aan iets of iemand te wijten.

  • De malaise bij het bedrijf is te wijten aan de verziekte verhouding tussen directie en personeel.

Danken wordt steeds vaker in de zin van wijten gebruikt. Van Dale noemt dat "minder juist".

  • Twijfelachtig: Welvaartsziekten zijn mede te danken aan een genetisch verkeerd geprogrammeerde lever.
  • Beter: Welvaartsziekten zijn mede te wijten aan een genetisch verkeerd geprogrammeerde lever.

Met een ironische bijbetekenis kan danken wel zonder meer met iets negatiefs gecombineerd worden.

  • Mijn blauwe oog heb ik aan een ontmoeting met een glazen deur te danken.