waaraan / aan wie

Naar zaken en dieren verwijzen we onder andere met:

  • waaraan
  • waarbij
  • waardoor
  • waarnaar

Voorbeelden:

  • Zeg me waaraan je verslaafd bent en ik zeg je wie je bent.
  • De winkel voert een beleid waarbij steeds de laagste prijs wordt gegarandeerd.
  • U krijgt medicijnen waardoor u tijdelijk vermoeid bent.
  • Een doel is iets waarnaar gestreefd wordt.

Naar mensen verwijzen we onder andere met:

  • aan wie
  • bij wie
  • door wie
  • naar wie

Voorbeelden:

  • Hij is de man aan wie ik mijn nieuwe baan te danken heb.
  • De mensen bij wie ik die zomer heb gelogeerd, heb ik nadien nooit meer teruggezien.
  • Zij is een vrouw door wie je je makkelijk laat intimideren.
  • Op het formulier staat ook de naam van de persoon naar wie u moet vragen als u zich komt aanmelden.

In verslaggeving staat het slordig om met waaraan, waarbij, waardoor, waarnaar enz. naar mensen te verwijzen. In de spreektaal is het heel gewoon.