voorzetsel + telwoord

Een bepaald hoofdtelwoord krijgt de toevoeging -en als het zelfstandig gebruikt is, na een voorzetsel.

  • Het schip brak in tweeën.
  • De regel van drieën heeft ze nooit geleerd.

In rekenkundige bewerkingen blijft het telwoord onveranderd.

  • Vermenigvuldig vier met vijf.
  • Tien tegen zes was het.

In vage tijdsaanduidingen gebruiken we de vorm met -en.

  • Het liep al tegen zessen.
  • Even over vijven kom ik langs.

In precieze tijdsaanduidingen gebruiken we de onveranderde vorm.

  • Om kwart over vijf kom ik langs.