verplicht / verplichtend

Waar we door plichtsbesef, morele overweging, regel of wet toe gedwongen zijn, is ‘verplicht’.

  • In België is een identiteitskaart verplicht.
  • Velden met een asterisk zijn verplicht in te vullen.
  • Inmiddels is de dodehoekspiegel verplicht gesteld.
  • Hij is het aan zijn reputatie verplicht veel tegengas te bieden.

Wat verplichtingen met zich meebrengt of tot dankbaarheid noodzaakt, is ‘verplichtend’.

  • U kunt een tot niets verplichtend proefabonnement van vier weken nemen.
  • Ik ga niet op zijn aanbod in, want het is me te verplichtend.