verliezen

‘Verliezen’ (‘kwijtraken’) wordt in een voltooide tijd meestal met ‘hebben’ vervoegd. Alleen in de betekenis ‘kwijt zijn’ komen voltooide tijden met ‘zijn’ voor, maar volgens sommigen is dat een verhaspeling van ‘verloren hebben’ en ‘kwijt zijn’.

  • Manchester heeft verloren van Anderlecht.
  • Ik heb gisteren mijn portefeuille verloren.

In de uitdrukking ‘iemand / iets uit het oog verliezen’ is ‘zijn’ wel gebruikelijk. Ook wie verdoemd is, ‘is’ verloren.