uur / uren

De tijdsaanduiding ‘uur’ blijft (net als ‘kwartier ‘en ‘jaar’) in het enkelvoud na een bepaald hoofdtelwoord (behalve na ‘beide’) en na ‘hoeveel’, ‘zoveel’ en ‘een paar’.

  • vijf uur
  • een paar uur

Na een onbepaald telwoord gebruiken we ‘uren’.

  • honderden uren

Als er een bijvoeglijk naamwoord staat tussen het telwoord en ‘uur’, komt ‘uur’ in het meervoud.

  • Ik heb daar een paar mooie uren meegemaakt.