overmaken

Algemeen Nederlands is: geld overmaken.

Daarnaast wordt in België ‘overmaken’ vooral in de geschreven taal gebruikt voor:

  • bezorgen
  • doen toekomen
  • doorgeven
  • meedelen
  • opsturen
  • overbrengen
  • overdragen
  • overhandigen
  • toezenden
  • voorleggen

Voorbeelden:

  • Het jaarverslag is overgemaakt aan de Provinciale Jeugddienst.
    Het jaarverslag is voorgelegd/bezorgd aan de Provinciale Jeugddienst.
  • Ik moet u de hartelijke groeten van de kardinaal overmaken.
    Ik moet u de hartelijke groeten van de kardinaal overbrengen.
  • Kunt u mij die informatie met de post overmaken?
    Kunt u mij die informatie opsturen?

In juridische taal worden documenten ‘overgelegd’ aan de rechtbank.