overlopen

Standaardtaal in België.

  • Bij het overlopen van het programma vallen een paar punten dadelijk op.
  • Hij overliep eerst nog even zijn aantekeningen.
  • Vaak moet je hele lappen tekst overlopen.

Algemeen Nederlands zijn:

  • doornemen
  • doorlopen
  • nalezen
  • inkijken

Voorbeelden:

  • Bij het doorlezen van het programma vallen een paar punten dadelijk op.
  • Hij nam eerst nog even zijn aantekeningen door.
  • Vaak moet je hele lappen tekst doorlopen.