op (een op de tien leerlingen)

Verhoudingen worden weergegeven in de vorm ‘telwoord + op/van + lidwoord + telwoord (+ zelfstandig naamwoord)’.

  • acht van de tien Belgen
  • vier van de vijf keer
  • zeven op de tien Europeanen
  • een op de drie vliegtuigen

Als de woordgroep met ‘van/op’ onderwerp is, staat de persoonsvorm in het meervoud, behalve na ‘een op/van de’.

  • Negen op de tien oproepen naar de hulpdiensten komen van grappenmakers.
  • Acht van de tien Belgen zeggen ja tegen het voorstel.
  • Een op de drie vliegtuigen heeft vertraging.