onterecht / ten onrechte

‘Onterecht’ kan als bijvoeglijk naamwoord (bij een zelfstandig naamwoord) en als bijwoord (bij een werkwoord) gebruikt worden, ‘ten onrechte’ uitsluitend als bijwoord.

  • De gordel kan een onterecht gevoel van veiligheid geven.
  • Het doelpunt werd onterecht / ten onrechte afgekeurd.