midden

‘Midden’ komt alleen in tijdsbepalingen als voorzetsel voor.

  • midden jaren tachtig

Als bijwoord kan het een voorzetsel(groep) versterken.

  • midden in een zin
  • midden op een autoweg

Het komt voor als zelfstandig naamwoord in voorzetselgroepen: te midden van, in het midden van.

  • ❌ Als priester sta je midden de mensen.
    Als priester sta je te midden van de mensen.
  • ❌ We verblijven in een groot tentenkamp, midden de natuur.
    We verblijven in een groot tentenkamp, te midden van de natuur.
  • ❌ Midden de ruimte staat de trap.
    In het midden van de ruimte staat de trap.