meebrengen / meenemen

Bij ‘meenemen’ bekijken we de handeling vanuit het vertrek- of uitgangspunt (van hier naar daar), bij ‘meebrengen’ vanuit het aankomstpunt (van daar naar hier). ‘Meebrengen’ kan soms door ‘bij zich hebben’ vervangen worden.

  • Neem een paraplu mee als je naar buiten gaat, want er wordt regen verwacht.
  • Beste vrienden, ik heb een bijzonder cadeau voor jullie meegebracht.
  • Breng je laarzen mee, want we zitten hier tot onze knieën in de modder.
  • Neem je laarzen mee, want ze zitten er tot hun knieën in de modder.

In Nederland verdwijnt het verschil tussen ‘meebrengen’ en ‘meenemen’. In Vlaanderen wordt het consequent gemaakt. Veel Vlamingen ergeren zich aan zinnen als: Ik heb een cadeau voor je meegenomen.