langs

Langs betekent: evenwijdig met en in de lengte van.

  • Er staan bomen langs de rivier.
  • Je kunt langs de weg parkeren.

Niet gebruiken in deze zinnen:

  • Niet: *De auto stond langs de linkerkant van de weg.
    Wel: De auto stond aan de linkerkant van de weg.
  • Niet: *Langs de onderkant was de kast beschadigd.
    Wel: Aan de onderkant was de kast beschadigd.
  • Niet: *Langs boven was er niets aan te zien.
    Wel: Van boven was er niets aan te zien.
  • Niet: *Er kwam kritiek langs veel kanten.
    Wel: Er kwam kritiek van veel kanten.
  • Niet: *Langs de ene kant ben ik niet ontevreden.
    Wel: Aan de ene kant ben ik niet ontevreden.
  • Niet: *De treinen rijden niet langs de Noord-Zuidverbinding.
    Wel: De treinen rijden niet door de Noord-Zuidverbinding.
  • Niet: *Hij is langs het raam naar binnen geklommen.
    Wel: Hij is door het raam naar binnen geklommen.
  • Niet: *Langs de achterdeur glipte de dief weg.
    Wel: Via de achterdeur glipte de dief weg.