lachen

We lachen ‘om’ iets grappigs.

  • Ik kon er niet om lachen toen hij een glas water over mijn hoofd kieperde.

We lachen ‘om’ iets wat we niet ernstig nemen.

  • Hij lacht om de geruchten dat hij homo is.

Vooral in Belgisch-Nederlands wordt ‘lachen’ ook met het voorzetsel ‘met’ gecombineerd.

We lachen ‘met’ iemand van wie de humor kunnen waarderen.

  • Met Fons Jansen was het altijd lachen.

We lachen ‘met’ iemand als we hem bespotten.

  • Mag je eigenlijk wel lachen met dode mensen?