gijzelaar / gijzelnemer

Wie gijzelt is een ‘gijzelnemer’ of ‘gijzelhouder’. Zijn slachtoffer is een ‘gijzelaar’ of een ‘gegijzelde’. Soms kunnen we de daders ook ‘ontvoerders’ noemen.

De uitgang ‘-aar’ duidt meestal de handelende persoon aan: een bedelaar is iemand die bedelt, een onderhandelaar is iemand die onderhandelt.

‘Gijzelaar’ past niet in dat rijtje. Het is niet afgeleid van het werkwoord ‘gijzelen’, maar is een verlengde vorm van het verdwenen zelfstandig naamwoord ‘gijzel’ (iemand die met zijn lichaam borg staat, bijvoorbeeld voor het vereffenen van schulden).