evident

‘Evident’ betekent: zonneklaar, overduidelijk, onmiskenbaar.

  • Die bewering is evident onjuist.

Standaardtaal in België voor:

  • gemakkelijk
  • voor de hand liggend
  • vanzelfsprekend

Voorbeelden:

  • Goed horen is niet evident.
  • Voor de zesde spreker is het niet evident om met iets nieuws te komen.