doorheen / door

Doorheen is een bijwoord.

  • De kogel ging er dwars doorheen.

Als voorzetsel gebruiken we door.

  • De kogel is door de kerk.
  • De auto kwam toch door de keuring.
  • Ze trokken door Spanje op weg naar Oost-Europa.
  • De rivier vloeit door de Kyberpas.

Door kan worden versterkt met heen achter het zelfstandig naamwoord.

  • De kogel ging (dwars) door de muur heen.
  • Door de eeuwen heen ging dat zo.

Volgens Taaladvies.net is het niet duidelijk of het gebruik van doorheen als voorzetsel tot de standaardtaal in België gerekend kan worden.