déclic

Frans. Algemeen Nederlands zijn:

  • een knop omdraaien
  • voor een ommekeer zorgen
  • een aanzet geven
  • een denkomslag maken
  • aha-erlebnis

Voorbeelden:

  • ❌ Tijdens een van zijn wedstrijden kreeg ik een déclic: dat wou ik doen.
    Tijdens een van zijn wedstrijden wist ik het ineens: dat wou ik doen.
  • ❌ De ruime overwinning tegen Genk zorgde voor een déclic. Sindsdien spelen we weer met veel zelfvertrouwen.
    De ruime overwinning tegen Genk zorgde voor een omslag. Sindsdien spelen we weer met veel zelfvertrouwen.
  • ❌ Het probleem ligt grotendeels bij de organisatie en dus moet die de déclic maken.
    Het probleem ligt grotendeels bij de organisatie en dus moet die de knop omdraaien.
  • ❌ Was er een déclic, een gebeurtenis waardoor je het ineens allemaal begreep?
    Was er een aha-erlebnis, een gebeurtenis waardoor je het ineens allemaal begreep?