daarom / daardoor

Volgens de oude regel geeft ‘daarom’ een reden aan, ‘daardoor’ een oorzaak. ‘Daarom’ verwijst naar een beslissing door een mens, ‘daardoor’ verwijst naar een externe omstandigheid.

  • Ik heb een hekel aan spruitjes. Daarom koop ik ze ook nooit.
  • Gisteren had de trein vertraging. Daardoor heb ik een belangrijke vergadering gemist.

In de praktijk wordt ‘daarom’ voor zowel redenen als oorzaken gebruikt, ‘daardoor’ alleen voor oorzaken.

  • De auto had een klapband. Daarom / daardoor ging hij uit de bocht.