aanzien (vervoeging)

De klemtoon ligt op ‘aan’. Het werkwoord is scheidbaar.

  • aanzien
  • zie aan, ziet aan
  • zag aan, zagen aan
  • aangezien

‘Aanzien voor’ impliceert in het Algemeen Nederlands dat het onterecht is: George is in het volgende voorbeeld geen huurmoordenaar, ze denken alleen maar dat hij er een is.

  • Tijdens een weekendje uit wordt George aangezien voor een huurmoordenaar.

Neutraal zijn: zien als, beschouwen als. In België wordt in deze betekenis ook ‘aanzien als’ gebruikt.

  • 🇧🇪 In Azië worden haaienvinnen aanzien als een echte lekkernij.
    In Azië worden haaienvinnen gezien / beschouwd als een echte lekkernij.