aantal

Strikt grammaticaal staat de persoonsvorm bij ‘aantal’ in het enkelvoud, omdat ‘aantal’ de kern van het onderwerp is. Toch kan de persoonsvorm in sommige gevallen ook in het meervoud staan.

Bij ‘het aantal’ staat de persoonsvorm altijd in het enkelvoud.

  • Het aantal drukfouten in het boek is niet te tellen.

Als ‘aantal’ in ‘een aantal’ bij het oplezen beklemtoond wordt, ligt de nadruk op de eenheid, het collectief, en staat de persoonsvorm in het enkelvoud.

  • Een áántal mensen heeft het ongeluk zien gebeuren, de rest keek net de andere kant op.
  • Een áántal boeken blijft hier, maar het grootste deel wordt verkocht.

Gaat het niet om één groep, maar om aparte eenheden of individuen, dan staat het werkwoord in het meervoud. Bij het oplezen leggen we de klemtoon op het zelfstandige naamwoord dat op ‘aantal’ volgt.

  • Er zullen een aantal bóéken verkocht worden voor het goede doel.

In een zin kunnen elementen zitten, zoals ‘een voor een’, die een meervoudige persoonsvorm bij ‘een aantal’ afdwingen omdat ze een collectieve interpretatie in de weg staan.

  • Een aantal studenten kwamen een voor een bekennen dat ze bij het examen gespiekt hadden.

Ook het voornaamwoord aan het begin van de betrekkelijke bijzin verschilt afhankelijk van de focus.

  • Bij een aantal boeken die gericht zijn op specifieke platforms, wordt soms ook software geleverd om direct aan de slag te kunnen.
  • De meesten waren tegen me. Gelukkig was er ook een aantal mensen dat mijn kant koos.