aan (snelheid) ❌

Bij snelheden hoort het voorzetsel ‘met’.

  • De bus naderde de haarspeldbocht met een vaart van tachtig kilometer per uur.
  • Met een gemiddelde snelheid van veertig kilometer per uur won hij de eerste rit.
  • Hij werd geflitst met 160 kilometer per uur.
  • De auto is met hoge snelheid uit de bocht gegaan.

Voor algemene omstandigheden is ‘bij’ correct.

  • Bij die snelheid gaat het toestel trillen.

Zonder voorzetsel kan in sommige gevallen ook.

  • We reden gelukkig niet harder dan twintig toen we tegen de garagedeur botsten.