35 urenweek

Standaardtaal in België.

Algemeen Nederlands is: 35-urige werkweek.

Afleidingen die een duur aangeven, worden als volgt gemaakt:

1. bij ‘uur’ hoort ‘-urig’:

  • een achturige werkdag
  • een zeventigurige werkweek

2. bij ‘dag’ hoort ‘-daags’:

  • een vierdaagse reis
  • een vijfdaagse werkweek

3. bij ‘week’ hoort ‘-weeks’:

  • een drieweeks verblijf
  • een tweeweeks project

4. bij ‘maand’ hoort ‘-maands’:

  • een driemaandse cursus

5. bij ‘jaar’ hoort ‘-jarig’:

  • een vierjarige opleiding
  • een tweejarige overeenkomst

Driedelige samenstellingen van een hoofdtelwoord, een tijdaanduiding en een zelfstandig naamwoord komen weinig voor in het Nederlands. Wel algemeen Nederlands zijn:

  • vijfjarenplan
  • veertigdagentijd
  • vierentwintiguurseconomie