voornaamwoordelijke bijwoorden

Voornaamwoordelijke bijwoorden zijn combinaties van er, daar, hier en waar met een voorzetsel. Ze worden aan elkaar geschreven, tenzij het voorzetsel bij een ander woord hoort.

  • Hierop verdween hij (maar: hier op straat is het gebeurd).
  • Het zit daarin (maar: hij komt daar in geen geval binnen).

Ook de combinaties van er, daar, hier en waar met twee voorzetsels of een bijwoord schrijven we als één woord.

  • eromheen, daartussenin, hieronderdoor, waarvandaan, eronderuit

Voornaamwoordelijke bijwoorden komen vaak voor bij werkwoorden met een vast voorzetsel.

  • mikken op iets: erop mikken
  • speculeren op iets: erop speculeren
  • slagen in iets: erin slagen
  • geloven in iets: erin geloven
  • toevoegen aan iets: eraan toevoegen
  • denken aan iets: eraan denken
  • afleiden uit iets: eruit afleiden
  • voorlezen uit iets: eruit voorlezen