vind / vindt

Twijfel je tussen ‘vind’ en ‘vindt’, vervang ‘vinden’ dan door ‘denken’ en je hoort meteen of er een t bij hoort of niet.

  • Ik denk dat het klopt.
  • Ik vind dat het klopt.
  • Jij denkt dat het klopt.
  • Jij vindt dat het klopt.
  • Denk jij dat het klopt?
  • Vind jij dat het klopt?
  • Hij denkt dat het klopt.
  • Hij vindt dat het klopt.
  • Denkt hij dat het klopt?
  • Vindt hij dat het klopt?
  • Je vader denkt dat het klopt.
  • Je vader vindt dat het klopt.
  • Denkt je vader dat het klopt?
  • Vindt je vader dat het klopt?