uitbesteden

Vervoeging:

  • uitbesteden
  • besteed, besteedt uit
  • besteedde, besteedden uit
  • uitbesteed, uitbestede

Let op het verschil:

  • het werk dat de overheid uitbesteedde (‘uitbesteedde’ is de verleden tijd)
  • het uitbestede werk (‘uitbestede’ is de verbogen vorm van het voltooid deelwoord)