ski

Meervoud:

  • ski's

Verkleinwoord:

  • skietje

Samenstellingen met ski worden als één woord gespeld, tenzij de klinkers botsen.

  • alpineski
  • après-ski
  • bergski
  • jetski
  • krukski
  • langlaufski
  • ski-jack
  • skibinding
  • skiclub
  • skidrager
  • skilat
  • skioord
  • skischansspringen
  • skispringen
  • skiuitrusting
  • skiwandelen
  • zitski