publiek

publiek in een zaal

We werken voor een uiteenlopend publiek: jong, oud, hoog- en laaggeschoold.

Iedereen moet kunnen volgen. We moeten ons de luisteraar voorstellen als een verstandig kind van vijftien of als een buitenlander die even intelligent is als wij maar het Nederlands niet goed beheerst.

Formuleer zo eenvoudig en begrijpelijk als maar enigszins mogelijk is, zonder neerbuigend te doen of de inhoud te versimpelen. We moeten niet uitgaan van wat wij van het onderwerp weten, maar van wat de luisteraar ervan weet (of niet weet).

Denk erom dat het publiek een bijdrage voor het eerst en maar één keer te zien of te horen krijgt. Beperk de vereiste voorkennis tot een minimum.

Schrijf bij het begin van een opdracht voor jezelf op wat jij van het onderwerp weet. Ga ervan uit dat de kijker of luisteraar waarschijnlijk nog minder voorkennis heeft en leg op z'n minst alles uit wat ook jij vooraf niet wist.