-plusser

Na een getal in cijfers komt er een streepje.

  • 50-plusser
  • 60-plusser
  • 65-plusser

Samenstellingen met een getal in woorden worden als één woord gespeld.

  • vijftigplusser
  • zestigplusser
  • vijfenzestigplusser

Ook de combinatie van een getal en een plusteken is goed. In dat geval komt er een apostrof na het plusteken.

  • 50+’er
  • 60+’er
  • 65+’er