online

Samenstellingen met ‘online’ worden als één woord gespeld, tenzij de klinkers botsen. In dat geval krijgt ‘online’ de klemtoon.

  • onlinecatalogus
  • online-editing
  • onlineshopping
  • onlineverbinding

Als ‘online’ als een bijvoeglijk naamwoord gebruikt wordt, staat het los. In dat geval krijgt het zelfstandig naamwoord de klemtoon.

  • een online medewerker = een medewerker die online is, die op dat moment via internet bereikbaar is
  • een onlinemedewerker = een medewerker van de internetafdeling

Als je ‘online’ kunt vervangen door ‘internet’, dan heb je met een samenstelling te maken.