kaltstellen

De vervoeging wordt door de uitspraak bepaald.

Bij de Duitse uitspraak [kalt·sjtel·lən] hoort deze vervoeging:

  • kaltstellen
  • stell, stellt kalt
  • stellte, stellten kalt
  • kaltgestellt

Bij de vernederlandste uitspraak [kalt·stel·lə] hoort deze vervoeging:

  • kaltstellen
  • stel, stelt kalt
  • stelde, stelden kalt
  • kaltgesteld