gereduceerde vormen

Ter wille van de kortheid en de eenvormigheid gebruiken we bij het weergeven van spreektaaldialogen (bv. in ondertiteling) de gereduceerde vormen: ’n, ’t, ’s, m’n, z’n, je, we, ze, ie, ’m, ’r en d’r (voor ‘haar’), d’r (in sommige gevallen voor ‘er’).

‘Ik’ wordt nooit ‘’k’.

Schrijf gereduceerde vormen alleen als je ze in spontaan gesproken taal ook zouden gebruiken. In andere teksten dan spreektaaldialogen (bv. in nieuwsberichten) staan gereduceerde vormen slordig.