euro

Meervoud:

  • euro's

Verkleinwoord:

  • eurootje

Het euroteken staat vóór het bedrag; tussen het teken en het getal komt er een spatie (NBN Z 01-002).

  • € 123,45

Bij gehele bedragen schrijven we geen streepje of nullen. In Nederland is een streepje gebruikelijk.

  • € 25

Negatieve bedragen spellen we met een minteken voor het getal.

  • € -100 000

Een korting spellen we met een minteken voor het valutateken.

  • - € 5

In niet-gespecialiseerde teksten schrijven we ook euro.

  • Op straat lag een biljet van vijftig euro.

De internationale valutacode EUR gebruiken we niet op het scherm of in een brief aan een luisteraar of kijker. In financiële teksten (boekhouding, facturen, jaarverslagen) kan hij wel. De code staat achter het bedrag.

  • 340 EUR

Bij het lezen van bedragen is euro het kernwoord voor bedragen vanaf 1 euro, voor bedragen kleiner dan 1 euro is cent het kernwoord. In de regel staan er twee cijfers na de komma, maar brandstofprijzen hebben er drie.

  • € 2,40 = twee euro veertig (cent)
  • € 0,46 = zesenveertig cent
  • € 0,816 = eenentachtig cent zestig
  • € 1,264 = één euro zesentwintig en vier tiende cent

De woorden euro en cent worden met een kleine letter geschreven, net zoals andere munteenheden.

Samenstellingen met euro- worden als één woord gespeld, tenzij de klinkers botsen.

  • eurobiljet
  • euro-uitgave