enige(n)

Voor dieren, zaken en rechtspersonen is het altijd ‘enige’.

  • Enige honden zijn bang.
  • Enige huilen.

Voor mensen is het ‘enige’ als het woord zelfstandig gebruikt wordt en als het niet met een zelfstandig naamwoord uit de context aangevuld kan worden.

  • Enige mensen zijn bang.
  • Enigen zijn bang.

Maar:

  • De meeste collega’s waren aanwezig, maar enige (collega’s) waren verhinderd.

In constructies waarin in de ‘van’-groep een zelfstandig naamwoord in het meervoud voorkomt, zijn volgens de Taalunie beide spellingen te verdedigen.

  • Enigen van de aanwezigen waren bang.
  • Enige van de aanwezigen waren bang.

Staat het zelfstandig naamwoord in de ‘van’-groep in het enkelvoud, dan is alleen ‘enigen’ mogelijk. Dat geldt ook bij een persoonlijk voornaamwoord.

  • Enigen van de groep waren bang.
  • Enigen van hen waren bang.