dichtbij / dicht bij

Beide spellingen zijn correct, maar ze kunnen niet door elkaar gebruikt worden.

‘Dichtbij’ is een bijwoord (er hoeft geen woord of woordgroep meer te volgen), net zoals ‘dichterbij’ en ‘dichtstbij’.

  • Hij woont dichtbij.
  • Hij woont dichterbij.
  • Hij woont het dichtstbij.

Voor een woord of woordgroep spellen we ‘dicht bij’. ‘Dicht’ versterkt in dat geval het voorzetsel ‘bij’.

  • Hij woont dicht bij de kerk.
  • Hij woont dichter bij de kerk.
  • Hij woont het dichtst bij de kerk.