beletselteken

Het beletselteken staat tussen twee spaties, behalve als een woord wordt afgebroken. Er staat geen komma voor het beletselteken.

  • Ik heb godverd... al meer dan werk genoeg.
  • Het jongetje begon tot twintig te tellen: één, twee, drie, vier ...
  • Maar hoe moet ik ... Hoe kom ik hier ooit uit?

Na een beletselteken aan het eind van de zin zetten we geen extra vierde punt. Een vraagteken of uitroepteken schrijven we wel, meteen achter het beletselteken.

  • En als we nu eens niet ...?
  • Val me niet lastig met je idiote, imbeciele ...!

Laten we een deel uit een citaat weg, dan staan de drie puntjes tussen ronde haakjes. Aan het einde van een zin staat nu wel een punt.

  • "We denken daarbij aan (...) handhygiëne, omdat de bacterie vooral overgedragen wordt door de handen (...)."