bekleden

Vervoeging:

  • bekleden
  • bekleed, bekleedt
  • bekleedde, bekleedden
  • bekleed, beklede

Let op het verschil tussen ‘bekleedde’ (de verleden tijd) en ‘beklede’ (de verbogen vorm van het voltooid deelwoord).

  • Ze bekleedde verscheidene leidinggevende functies.
  • een mooi beklede stoel