beide(n)

Voor dieren, zaken en rechtspersonen is het altijd ‘beide’.

  • Beide honden blaffen.
  • Honden en katten zijn beide zoogdieren.
  • De partijen verschillen zoveel van elkaar dat een coalitie tussen hen beide onwaarschijnlijk is.

Voor mensen is het ‘beiden’ als het woord zelfstandig gebruikt wordt en als het niet met een zelfstandig naamwoord aangevuld kan worden.

  • Beide mensen zijn bang.
  • Beiden zijn bang.
  • Ik vroeg het aan hen beiden.

Bij een combinatie van een persoon en een zaak of dier zijn ‘beide’ en ‘beiden’ goed.

  • Paard en ruiter kwamen beide / beiden ten val.