appel (de -)

Meervoud:

  • appels
  • appelen

Samenstellingen met ‘appel’ worden als één woord gespeld, tenzij de klinkers botsen.

  • appelazijn
  • appelmoes
  • aagtappel
  • eetappel
  • goudappel
  • handappel
  • oranjeappel