aanhalingstekens

Bij de VRT gebruiken we dubbele aanhalingstekens bij directe rede en enkele aanhalingstekens in andere gevallen. In ondertitels gebruikt de VRT geen aanhalingstekens bij directe rede.

Als de leestekens tot de geciteerde uitspraak behoren, staan ze tussen de aanhalingstekens. Anders staan ze erbuiten. Na een afsluitend aanhalingsteken komt nooit een punt als het citaat zelf een hele zin is.

  • Jan zei: "Piet komt niet."
  • Jan vroeg: "Komt Piet niet?"
  • Zei Jan: "Piet komt niet."?
  • "Piet komt niet", zei Jan.
  • "Komt Piet niet?", vroeg Jan.
  • "Piet", zei Jan, "komt niet."
  • "Piet," zei Jan, "je moet meteen komen."

Een afsluitend aanhalingsteken kan tussen gelijke leestekens staan, maar dat hoeft niet.

  • Vroeg Jan: "Komt Piet niet?"
  • Vroeg Jan: "Komt Piet niet?"?
  • Roep niet de hele tijd: "Piet komt niet!"
  • Roep niet de hele tijd: "Piet komt niet!"!

We gebruiken enkele aanhalingstekens bij citaten en woorden met een speciale status.

  • In de zomer 'dumpen' sommige mensen hun ouders in het ziekenhuis om zelf op vakantie te kunnen gaan.

Titels zetten we cursief of tussen enkele aanhalingstekens.

  • Vrijdagavond ben ik naar de musical Hair gaan kijken.
  • Vrijdagavond ben ik naar de musical 'Hair' gaan kijken.