Dolly

Thema
Verhaal
Niveau
Gevorderde
Duur
30:40
Naar overzicht oefendictees

In 2019 won Annika Cannaerts de schrijfwedstrijd van ‘De schrijfwijzen’ met de tekst ‘Dolly’. Ruud Hendrickx dicteert hem als oefening voor de editie van dit jaar.

Typ de tekst die u in de video hoort in het tekstveld. De tekst wordt eerst volledig voorgelezen, daarna gedicteerd.

Bent u klaar en hebt u alles goed nagelezen? Klik dan op de knop ‘Toon de oplossing’. Dan verschijnt de correcte tekst.

Veel succes!

De oplossing

Op het binnenplein van de middeleeuwse burcht bevond zich de retrobibliotheek, een replica uit tweeduizend twintig. ‘Meld u aan bij het loket’, galmde uit de boxen. Nadat de Derde Wereldoorlog twee derde van de steden tot stof had herleid, werd de burcht een assessmentcenter dat de beste AI-ingenieurs van heel de wereld tewerkstelde. Dolly, de bibliothecaresse, was hier door hen ontworpen. Ze zag eruit als iemand die hield van funshoppen, maar deze vrouw zat vol met elektronica. Het boek dat de man voor mij wilde lenen, gleed in haar enorme decolleté en ze slaakte daarbij een zucht, een grapje van haar creator.

‘Waarom niet?’ schreeuwde de man. Dolly replyde dat hij het boek helaas niet kon ontlenen door de ongepaste product-marktcombinatie.

‘Maar ik heb het verdomme zelf geschreven!’ riep hij. Ik probeerde hem te kalmeren, want ik wist dat de kans dat hij gelyncht zou worden, met elke seconde vergrootte.

‘Je kunt daarover niet zomaar beslissen!’ bleef de anders zo stille schrijver maar roepen. Dolly nam het schrijvershoofd tussen haar bleke handen met de robijnrode nagels en drukte zijn hoofd tegen haar voluptueuze boezem.

‘Een speldenprik, meer zal hij niet voelen naar het schijnt’, fluisterde ik in het gepiercete oor van het meisje achter me, dat eruitzag alsof ze elk moment zou beginnen te gillen. Een ontzagwekkende lange naald groeide uit Dolly’s wijsvinger en boorde zich in de rechterslaap van de schrijver, alsof zijn hoofd bestond uit zachte roomboter. De gesmoorde jammerkreten van de man stopten plotseling en de vinger van Dolly trok zich terug uit zijn brein. Aan het puntje van de naald schitterde een stukje hersenweefsel in de zon. En elegant wiegde ze terug achter het loket.

De schrijver draaide zich om naar de rij wachtenden, keek me schouderophalend aan en zei: ‘Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.’ Een straaltje bloed vloeide langzaam uit zijn rechterneusgat.

‘Het schip is geënterd’, zei de man nog met een pathetisch armgebaar en hij wandelde de woestijn in achter de burcht, met zijn handen op de rug. ‘Afspraak gecanceld’, zei Dolly. ‘Volgende!’

‘Ik kom de burcht weer innemen’, zei ik op de nasale, klerikale toon die ik zo vaak geoefend had. De toonhoogte was een belangrijk onderdeel van de code die ik ingebouwd had in de robots. Haar crèmekleurige huid was even glad als vroeger en de sproetjes rond haar neus waren nog perfect rond.

De stilte die volgde, leek wel een eeuwigheid te duren. De wind waaide over de woestijnvlaktes naast de burcht. Uit elk oog verscheen plots een laserbeam die me van top tot teen monsterde. Terwijl in razende snelheid data door het scherm in haar borstkas joegen, neuriede ze een medleytje. Ik herinnerde me niet dat ik dat geprogrammeerd had.

‘John Snail’, zei de bot.
‘Yep’, zei ik. ‘Uw creator groet u.’
‘Toegang tot de burcht geweigerd’, zuchtte Dolly.
‘Wat? Waarom?’ riep ik harder dan ik wou.
‘Identiteit 10% bevestigd’, zei Dolly.
‘Hoe bedoel je? Ik ben 100% John Snail’, piepte ik.

‘Overeenkomst met de oorspronkelijke John Snail uit 2020 slechts 10%’, herhaalde ze. De gruwelijke waarheid begon me ineens te dagen. Ze herkende me niet omdat ik 30 jaar ouder was en er te veel celvernieuwing had plaatsgevonden.

‘Maar ik ben dezelfde, ik ben het, je maker!’ riep ik vertwijfeld uit, terwijl ze mijn gezicht in haar boezem begroef. Het meisje dat naast me had gestaan, begon te gillen.