Zeven talen in zeven dagen

Miet Ooms

Taalliefhebber en zin in een uitdaging? Of ga je op vakantie naar Scandinavië en/of het zuiden van Europa en wil je opschriften, menu’s en infoborden ook kunnen lezen als de batterij van je smartphone leeg is of als je geen bereik hebt? Dan is het nieuwe boek van Gaston Dorren, ‘Zeven talen in zeven dagen’, precies wat je zoekt! Dorren belooft immers dat je, met de tips en trucs uit zijn boek, in staat zult zijn om na zeven dagen teksten in het Fries, Zweeds, Deens, Noors, Italiaans, Spaans en Portugees te lezen. En natuurlijk te begrijpen, anders schiet je er nog niets mee op. Dat klinkt heel ambitieus – de auteur noemt het dan zelf ook een ‘avonturenboek’. De vraag is nu: lukt het ook echt?

Voor ik op die vraag inga, even een waarschuwing. Dorren gaat voor dit boek uit van een doelgroep die het Nederlands als moedertaal heeft of de taal op een hoog niveau beheerst en, via school en gewoon blootstelling, een behoorlijke (passieve) kennis heeft van het Engels. Wat middelbareschoolkennis van het Frans en/of Duits is een pluspunt. Ik kijk nu even naar mezelf: Nederlands: check, Engels: check, Duits: zelfde niveau als Engels, Frans: check. En ik kan er wat basiskennis Fries en Deens van dertig jaar geleden aan toevoegen. Hierdoor ben ik mogelijk wat bevoordeeld. Hoewel: toen ik het boek las, bleek de laag stof op mijn Fries en Deens toch wat dikker dan ik zelf had ingeschat. Heel veel had ik er niet meer aan. Op dat Duits na hoor ik dus helemaal tot de doelgroep.

En nu het korte antwoord op de eerder gestelde vraag: ja, het is gelukt. Dankzij de degelijke, helder gestructureerde en overzichtelijk vormgegeven tekst en de talloze tabellen was ik inderdaad in staat om de voorbeeldteksten in het boek in grote lijnen te begrijpen. Maar ik heb er wel meer dan zeven dagen voor nodig gehad. Niet erg, daar waarschuwt Dorren zelf al voor in zijn inleiding. Zeven talen in zeven dagen klinkt heel goed en is volgens mij ook mogelijk, maar alleen als je er echt zeven volle dagen voor uittrekt, je er fris en uitgeslapen aan begint en je gedurende die tijd met niets anders bezig bent en af en toe een pauze inlast. Want talen leren, al is het enkel passief, blijft stevige hersengymnastiek.

Heel eerlijk: dat had ik onderschat. Met Lingua en Babel, Dorrens vorige boeken in het achterhoofd, dacht ik dat het ook nu weer een kwestie was van ontspannen achteroverleunen, hoofdstukje lezen en dat proberen toe te passen. Maar dat is niet zo: de vorige twee boeken zijn inderdaad puur informatieve boeken met interessante talige weetjes, feiten en ontwikkelingen die je mondjesmaat, in eigen tempo, tot je neemt. Maar met dit boek moet je iets bereiken. Je krijgt daarom per taal een uitgebreid overzicht van overeenkomsten en verschillen met het Nederlands en manieren om daarmee de betreffende talen te gaan ‘temmen’. En dat is elk hoofdstuk weer een behoorlijke brok die flink wat concentratie vraagt en waarvoor je liefst ook je kennis van grammaticale termen eerst wat afstoft. Al die info staat er namelijk niet voor niets: het is de bedoeling dat je die bestudeert, liefst ook wat inoefent en er geregeld naar teruggrijpt, want uiteindelijk wil je op het einde van het verhaal die talen wel kunnen lezen. Ik heb zelf geen enkel hoofdstuk in één ruk door kunnen lezen, daarvoor was ik niet fris en uitgeslapen genoeg. Maar goed, in stukjes lukt het ook wel, alleen kloppen Dorrens verwijzingen naar wat we ‘gisteren’ deden en ‘morgen’ gaan doen niet meer. Dat moet je er dan gewoon bij nemen. En Dorrens grapjes, bemoedigende en geruststellende woorden tussendoor helpen wel, bijvoorbeeld ‘als je bent zoals ik, wil je dit nu allemaal onthouden. Dat is mij ook niet gelukt, hoor.’ Voetjes op de grond, de perfectionist in mij is weer gerustgesteld.

Over grapjes gesproken: als je nu denkt dat Zeven talen in zeven dagen een gortdroog lesboek is, dan doe jij (en ik) het boek onrecht aan. Het blijft een echt Dorren-boek, en dat betekent dat het propvol leuke weetjes, historische feitjes en herkenbare voorbeelden zit, die in dit geval extra helpen om de ‘leerstof’ te onthouden. Zo gebruikt hij het beroemde bord ‘Skolstrejk för klimatet’ om enkele Zweedse taaldingetjes mee te illustreren en brengt hij met de originele titel van de reeks The Bridge (Bron/Broen) een Zweeds-Deens verschilletje in het lidwoordgebruik onder de aandacht.

Kort samengevat: dit boek is veel minder vrijblijvend dan de vorige boeken van Gaston Dorren. Vandaar ook het ‘avonturenboek’ in de ondertitel. Maar als je dat avontuur dapper met beide handen aangrijpt en je je erbij neerlegt dat het hoe dan ook een leerproces is waarbij vooral veel oefening nodig is, dan zul je de genoemde zeven talen op een heel korte tijd van nabij leren kennen. Ik had zelf nooit gedacht dat flauwe mopjes kunnen lezen en begrijpen zoveel voldoening kan geven.