“Wij zijn toch nog altijd volwassenen, geen kleine kinderen”

Liliane De Schepper is 85 en woont al 12 jaar in woonzorgcentrum ‘De Zonnebloem’ in Zwijnaarde. Ze is een trotse en intelligente vrouw met heel veel interesses, maar toch wordt ze wel eens aangesproken op dat typische toontje dat je wel eens hoort in woonzorgcentra. Net iets luider, net iets nadrukkelijker, net iets kinderachtiger. Hoe voelt Liliane zich daarbij? Ward Bogaert ging bij haar op bezoek.

Terwijl de meeste bewoners van woonzorgcentrum ‘De Zonnebloem’ in Zwijnaarde 'Hoger Lager' aan het spelen zijn in de polyvalente zaal, luistert Liliane De Schepper (85) op haar kamer naar gezangen van de monniken van Chevetogne. Haar deur is dicht, het is een van de weinige op de gang.

“Ik hou niet zo van 'Hoger Lager'. Dat is toch maar juist twee woorden: hoger en lager. Nee. Maar voor de rest ben ik hier tevreden. Ik lees veel, ik luister veel muziek en ik kan me rustig terugtrekken in mijn kamer.”

Liliane is heel gelukkig in ‘De Zonnebloem’, al valt het haar wel eens op dat er betuttelend wordt omgegaan met de bewoners. “Sommige verzorgers leggen wel eens een hand op onze schouder. Ze bedoelen dat goed, maar het komt soms verkeerd over, betuttelend. Wij zijn toch nog altijd volwassenen, geen kleine kinderen.” 

Soms zit het in het taalgebruik. ‘Lilianeke’ in plaats van ‘Liliane’, het plateautje dat opgeruimd moet worden uit het ‘kamerke’. Liliane, zelf een gepensioneerde kleuterleidster, houdt er niet van, maar ze benadrukt dat dat iets persoonlijks is. “Er zijn hier mensen die dat aangenaam vinden. Voor hen is dat een vorm van vriendelijkheid en warmte. Vooral de mannen hebben dat graag. Mijn man zaliger wou indertijd zelfs trouwen met een van de verpleegsters. Ik zei dan: Hedwig, doet gij maar!” (lacht).

Liliane geeft het ook aan als de dingen haar niet bevallen. “Ik zeg soms: als je later aan onze kant zult staan, dan zul je ons beter begrijpen. Maar over het algemeen moet ik echt wel zeggen dat ik niet kan klagen.” En als er al eens ergernis is, dan zijn er altijd de hemelse klanken van de monniken van Chevetogne.