Wazzup met Engelse woorden bij Vlaamse kids?

De Oh my god’s, BFF’s en WTF’s zijn in vele huiskamers, klaslokalen en sportclubs tegenwoordig dagelijkste kost. Allen denken we meteen aan tieners, die bekendstaan om hun taalgebruik hier en daar op te smukken met wat Engels. In haar doctoraatsonderzoek bestudeert Melissa Schuring, samen met promotor Eline Zenner (KU Leuven), vanaf wanneer Vlaamse kinderen Engelse woorden produceren en waarom ze dat precies doen. De eerste resultaten verrassen: de jonge deelnemers gebruiken in gemiddeld tien procent van hun zinnen minstens een Engels woord, maar dat percentage hangt amper samen met leeftijd of geslacht. Wel hebben we games en meisjespraat to blame for. Of … toch ook weer niet?

‘Ma stobbe’ (“stop, maar dan cooler”) mocht recent de titel van kinderwoord van het jaar in ontvangst nemen. Opmerkelijk is dat drie van de vijf kanshebbers op de titel (bruh, bro en lol) een Engelse oorsprong hebben. Dat Engelse woorden ook populair zijn bij Vlaamse kinderen, vertelt ons evenwel niet of ze die woorden spontaan gebruiken. Doen ze dat eigenlijk wel? En waarom dan juist? Doctoraatsstudente Melissa Schuring (KU Leuven) bijt zich de komende jaren vast in het onderwerp. Samen met promotor Eline Zenner geeft ze een inkijk in de eerste inzichten van het onderzoek.

Zotte besties, crazy wespensteken en kingsize dromen

Melissa en Eline voeren onderzoek uit op basis van een uitgebreide dataverzameling bij 26 kinderen in een Vlaamse sportclub. Engels is een tienertaalfenomeen, en net daarom zijn de onderzoekers vooral geïnteresseerd in de periode daarvoor: hoe en vanaf wanneer zien we gebruik van het Engels opkomen in de preadolescentie? Daarom selecteerden ze deelnemers tussen 6 en 13 jaar oud, een leeftijdsgroep precies in de overgang van kind naar tiener.

De data die de onderzoekers eerst analyseren, bestaat uit een reeks sociolinguïstische interviews. Daarin beantwoorden de deelnemers vragen over hun beste vrienden (ook wel besties, of BFF’s), vervelendste wespensteken (nee, dat was niet cool) en grootste dromen (een wereld vol hoodies, rollerblades en popcorn).

Deze interviews leveren iets meer dan 15 000 zinnen op van de preadolescenten. In die zinnen markeerde Melissa alle Engelse woorden via een nauwgezet stappenplan. Om te ontdekken waarom kinderen Engelse woorden gebruiken, in plaats van een Nederlands alternatief, is het cruciaal dat deze woorden ook herkenbaar zijn als Engels. Daarom worden onherkenbaar Engelse woorden (film, sport) niet meegeteld waardoor enkel herkenbaar Engelse woorden (computer, challenge) overblijven. Hierbij houden de onderzoekers rekening met zowel schriftbeeld als uitspraak. Verder maken ze ook een onderscheid tussen Engelse woorden zonder (computer) en met een Nederlandstalig alternatief (challenge).

Hoe ouder, hoe meer Engels?

De resultaten tonen aan dat de jonge deelnemers in gemiddeld tien procent van hun zinnen minstens een Engels woord gebruiken. Dat percentage bevindt zich netjes tussen cijfers uit eerder onderzoek voor kleuters (nagenoeg geen Engels) en tieners (Engels in 14% van de zinnen). Verder lijken ‘tien procent’ en ‘Engels’ wel best friends te zijn. Zo komt nagenoeg hetzelfde percentage naar voren in ander taalkundig onderzoek naar Engelse woorden in het Nederlands (bij kinderadvertenties en in Expeditie Robinson) en meldt ook Van Dale dat tien procent van de nieuwe woorden in de laatste editie aan het Engels ontleend is.

Een gemiddelde is natuurlijk maar een gemiddelde… De vraag is of het percentage Engels niet schommelt naargelang de leeftijd en het gender van de preadolescent. Gebruiken de oudere kinderen in de groep meer Engels? Wat met meisjes en jongens? Geen verschil, zo blijkt. De productie van Engels blijft stabiel over de groepen heen. Wel zien de onderzoekers enkele uitschieters bij de deelnemers: kinderen die twee keer zoveel Engels gebruiken als hun leeftijdsgenoten, of juist omgekeerd – die haast geen Engels woord over de lippen krijgen.

Games en gossip

Een close-up op die uitschieters brengt aan het licht dat Engelse woorden vooral opduiken bij gespreksonderwerpen zoals gamen en stereotiepe meisjespraat. Zo komen er in de interviews shotguns en medic weapons, maar ook shoppingavontuurtjes en lastminute-afzeggingen voorbij.

Toch lijkt enkel ‘praten’ over die onderwerpen niet genoeg om Engelse woorden te produceren. Engelse woorden lijken voor de deelnemers een manier om hun jonge identiteit en sociaal groepslidmaatschap in de verf te zetten. De mate waarin een kind Engelse woorden gebruikt, hangt zo vooral af van hoe dat kind zichzelf ziet of wil zien. De deelnemer die in het onderzoek het meeste Engels produceert is een fanatieke gamer (“kill de tegenstander!”) die zichzelf ook als dusdanig in de sociale markt zet, terwijl de deelnemer met het minste Engels allesbehalve een gamefreak is (“Want het leven is toch veel leuker zonder games?”).

Hoe dan ook verdient Engels uit de Vlaamse kindermond nog veel bijkomend onderzoek. In de komende drie jaar hopen Melissa en Eline daarin nog enkele stappen te zetten, met als eerste op de planning: Engelse woorden in zelfverzonnen toneelspel van de kinderen, featuring gezellige boer en coole rapper. Awesome, toch?

Meer weten?

Klik hier voor de wetenschappelijke publicatie van de studie

Klik hier om de website van het onderzoeksproject te bezoeken