Wat blijft over van coronawoordenschat?

coronahamsteren

Tijdens deze wel erg ingrijpende coronacrisis horen we heel wat nieuwe woorden. Wordt de Dikke Van Dale binnenkort heel wat dikker door deze nieuwe woordenschat, of zullen de meeste woorden verdwijnen in de plooien van de geschiedenis? ‘De wereld vandaag’ vroeg het aan Ton den Boon, taalkundige en hoofdredacteur van het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal, beter bekend als de Dikke Van Dale.

‘Coronahamsteren’, ‘hamsterschaamte’, ‘hoestschaamte’, ‘thuisquarantaine’ of ‘zelfisolatie’: het zijn nieuwe woorden, maar de meesten onder ons begrijpen perfect wat die betekenen. “Elke dag vind je wel een vijftal nieuwe woorden, in de krant of op Twitter”, zegt Ton den Boon. Op taalbank.nl houdt hij een coronawoordenboek bij.

Den Boon ziet twee soorten nieuwe woorden: gelegenheidssamenstellingen als ‘coronabrandhaard’ of ‘coronaregering’, en woorden die een begrip aan het worden zijn, zoals ‘coronababy’ (slaat op de vele baby’s die mogelijk zullen worden geboren in december of januari).

“Door de taal zie je altijd wat er in de werkelijkheid gebeurt en zie je de werkelijkheid ook veranderen”, zegt Den Boon. “De afgelopen maand heeft die coronacrisis geleid tot een maatschappelijke verlamming. Dat zie je aan het ontstaan van allerlei woorden: samenstellingen met ‘corona’, maar ook allerlei andere woorden.” Enkele voorbeelden van die laatste categorie: ‘kuchscherm’ (een soort scherm dat personeel aan de kassa in een supermarkt moet beschermen) en ‘social distancing’.

“Veel woorden zullen verdwijnen, maar ik denk wel dat we een aantal woorden zullen behouden”, zegt Ton den Boon. Hij denkt dan aan woorden als ‘thuisquarantaine’ en ‘zelfisolatie’. “Ik denk dat we uiteindelijk 10 à 15 woorden aan zo’n situatie zullen overhouden.”