Wannes Cappelle schrijft een boek over het West-Vlaams: ‘Heersers’

Cathérine Vandoorne, van Radio 2, deelt de liefde voor het West-Vlaams met Wannes Cappelle, de frontman van Het Zesde Metaal. Ze is gecharmeerd door het boekje waarin hij zijn worsteling met zijn moedertaal bezingt. ‘Heersers’ is de titel. “Een klein maar fijn boekje”, vertelt ze aan Anja Daems in ‘De Madammen’. “Toen ik het las, was het alsof ik een stukje van mijn eigen levensverhaal las. Echt waar, heel bizar”, gaat ze verder.

Dominantie en taal

‘Heersers’ kwam er op verzoek van de uitgeverij, die hem uitnodigde iets te schrijven over dominantie. Hij hoefde daar niet lang over na te denken. “Al mijn hele leven domineert mijn taal, het West-Vlaams, mijn leven”, vertelt hij zelf in ‘De Madammen’. Dit is heel erg bepalend. Bij Wannes ging dit heel erg ver: terwijl iedereen luisterde naar Abba - ook Cathérine - was hij weg van Willem Vermandere. Voor hem was dat God, zegt hij: “Je had Jezus, God en Willem Vermandere. Ik heb er nog altijd een zwak voor. Het zit voor een stuk in mijn DNA.” Als tiener schaamde hij zich er wat voor en moffelde hij het weg, “maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan”.

“Wa Cappelle, doe eens normaal!”

Als je opgroeit tussen de West-Vlamingen, vormt taal geen probleem: “We verstoan elkoar”, zegt Cathérine. Pas als je je vleugels spreidt en de provincie verlaat, voel je dat je een andere taal spreekt. Zo ook voor Wannes, die in Leuven ging studeren. “Je beseft daar dat je niet meer kan spreken, jezelf niet kan uitdrukken. Je moet plots grappig zijn in het Algemeen Nederlands. Of je kwam een meisje tegen en je wilde haar zeggen dat je haar graag zag, maar je had er de woordenschat niet voor. Ik voelde mij letterlijk een stomme die niet meer kon spreken.” Als je in het gezelschap van West-Vlamingen overschakelde naar het AN, voelde je je belachelijk: Wa Cappelle, doe eens normaal!.” “Je ziet wat voor een moeilijke jeugd wij gehad hebben”, grapt Cathérine.

Zingen in het West-Vlaams

In ‘Heersers’ legt Wannes ook uit dat hij muziek wilde maken in het Engels: dat was de taal die iedereen van zijn leeftijd sprak en verstond. Hij nam ooit deel aan een muziekwedstrijd in Ierland en kreeg de reactie: ‘Waar heeft hij het over?’. Hij kon niet uitdrukken wat hij eigenlijk wilde zeggen en daarom greep hij terug naar zijn moedertaal en voor een West-Vlaming is dat niet het Nederlands maar het West-Vlaams.

Nederlands is voor hem nog altijd de taal van ‘je moet dit en je mag dat niet’. “Het West-Vlaams komt eruit zoals het eruit komt. Daar moet ik niet over nadenken, er zit geen filter op. Daar ben ik ook naar op zoek in mijn muziek: hoe kan ik zo rechtstreeks mogelijk toegang hebben tot die emoties. Het is iets irrationeels.” En daarom zingt hij dus in het West-Vlaams. En hij heeft er zelfs succes mee boven de Moerdijk. “Ze verstaan er geen knijt van, maar ze vinden zijn muziek geweldig”, gaat Cathérine verder. Zijzelf spreekt enkel nog met haar zus West-Vlaams, maar merkt wel dat haar kennis van de woordenschat vervaagt. Wannes is teruggekeerd naar zijn roots en woont nu in Zwevegem.

Waarom moet je dit boekje lezen?

Het West-Vlaams is een krachtige taal, het verbindt over de provinciegrenzen heen, maar het is tegelijk ook een zwakte. Dat weet Wannes Cappelle ook. Het boekje is een aanrader ‘voor wie ervan houdt te filosoferen over taal’. En het leest als een trein, vindt Cathérine.

 

 

Op de taalavond van 2016 had Wannes Cappelle het ook over zingen in het West-Vlaams. Kijken vanaf 56:00.