“Waarom moet de dt-regel blijven bestaan als hij tóch voor problemen blijft zorgen?”

Dt-fouten: we maken ze allemaal. En daarom bedacht leerkracht Yannick Vercauteren het werkwoordenwiel, dat ons moet helpen om minder dt-fouten te maken. “Ook ik maak er nog, op mijn 50e”, bekent Anja Daems in ‘De Madammen’. Maar hoe komt het toch dat we zoveel dt-fouten blijven maken? Professor Dominiek Sandra is psycholinguïst aan de UAntwerpen en geeft uitleg.

“Er zijn de laatste jaren al veel taalexperimenten gedaan en daaruit blijkt dat er drie factoren zijn die een rol spelen bij het maken van dt-fouten. Alles heeft te maken met ons taalbrein, laten we zeggen de manier waarop ons geheugen werkt. Je wil snel schrijven, net zoals je snel praat, omdat je efficiënt wil zijn en je je ideeën zo snel mogelijk onder woorden wil brengen”, zegt Dominiek Sandra.

“Hier wordt je werkgeheugen in gang gezet en ben je aandachtig bezig. Dat is zoals je de rekenoefening ‘13 maal 8’ snel wil uitrekenen. Maar je moet dit werkgeheugen ook in gang zetten wanneer je een werkwoord moet vervoegen. En om te vervoegen, moet je ook nog het onderwerp weten. En soms is dat moeilijk, wanneer het onderwerp vooraan in de zin staat en het verder verwijderd is van het werkwoord. Het gevolg is dat je de tijd niet neemt om dat onderwerp terug te zoeken, en dan gebeurt de dt-fout. Want je geheugen gaat op dat moment op zoek naar het woord dat je zelf al het vaakst gezien hebt. En dat woord ga je dan ook zo spellen. Je kan geluk hebben en dan is je ‘gok’ een juiste gok, maar je kan ook pech hebben en dan heb je een fout getypt.”

“Problemen met -dt doen zich maar in gemiddeld één op de tien gevallen voor. Juist dat is een reden waarom er nog dt-fouten gemaakt worden: omdat het niet geautomatiseerd is. Als je maar in 10 procent van de gevallen een regel moet toepassen, hoe makkelijk die ook is, dan ben je niet getraind. Vergelijk het met iemand die weinig met de auto rijdt, of fietst, dan blijft het allemaal traag gaan. Daarom is het nodig dat die regels gedrild worden op school. Dat is belangrijk bij de tafels van vermenigvuldiging, maar ook bij de werkwoordregels. In de klas is er een grote focus hierop, maar in het echte leven komen die dt-gevallen veel minder voor. Dus je kan nog zoveel trainen als je wil, af en toe zal je die dt-fout wel eens maken. Maar dat betekent niet dat je je teksten niet moet nalezen.”

Moeten de dt-regels ooit verdwijnen?

“Er worden al tientallen jaren dt-fouten gemaakt. En hoe gemakkelijk de regels ook zijn, blijkbaar passen ze niet op het taalbrein van de gemiddelde mens. En dan vraag ik mij af: waarom moet je een regel in stand houden die hardnekkige problemen blijft opleveren? Waarom moet je een regel die niet werkt nodeloos in stand houden? Voor mij moet communicatie zinvol zijn en je moet daar dan de regels op aanpassen. Daarom pleit ik ervoor dat de ministers van Onderwijs en Cultuur zich eens beraden over de vraag of die dt-regels nog wel nodig zijn.”

--

Daags na de uitzending legt prof. Sandra in een opiniestuk in ‘De Standaard’ verder uit wat hij daarmee bedoelt: “De logica van de dt-regels past slecht bij ons taalbrein. Het is zinloos om regels te behouden die spelproblemen onvermijdelijk maken. Dat is geen tolerantie, maar gezond verstand. Ja, de lat in het onderwijs wordt vaak te laag gelegd. Dat is een slechte zaak, want zonder uitdagingen leert zelfs een baby­ niet bij. Maar de afschaffing van de dt-regels is een andere kwestie. Die veroorzaken vermijdbare problemen, in tegenstelling tot regels die de echte realiteit beschrijven (integralen, fysicawetten). Spellingregels moeten een vlot schrijfproces in de hand werken, het niet bemoeilijken. Het vak Nederlands biedt zo veel meer boeiende uitdagingen.”