“Vechten tegen kanker, dat is een foute metafoor”

Een van de meest gehoorde metaforen is die van ‘het gevecht tegen kanker’. Niet iedereen houdt van die metafoor. Anita Van Herck bijvoorbeeld. Zij kreeg borstkanker toen ze 38 was en kan zich in veel beeldspraak en metaforen herkennen. Maar ‘vechten tegen kanker’? Dat heeft ze niet gedaan!

Anita’s diagnose kwam compleet onverwacht, zegt ze in ‘De Wereld van Sofie’: “Het was een nachtmerrie die me overkwam. Ik stond volop in het leven, en van de ene dag op de andere was ik plots een patiënt.”

Maar een ‘strijder’, zo voelde ze zich niet: “Ik heb een zware ingreep gehad, en veel behandelingen. Maar ik zag dat niet als een strijd die ik moest leveren.” Het was eerder een kwestie van proberen rechtop te blijven staan. Je leven proberen zoveel mogelijk verder te leven.

Schuldgevoel

Anita’s afkeer van de vechtmetafoor kwam er vooral door de zware kanker waarmee haar vriendin werd geconfronteerd: “Zij takelde langzaam af, en haar kinderen zeiden haar: ‘Mama, je moet blijven vechten, je bent een strijder, je gaat dat halen!’ Maar dat soort goedbedoelde oppeppers maakten mijn vriendin net heel bang. Want ze wist niet hóé te strijden, en ze voelde zich schuldig daarover.”

Door oorlogstaal te gebruiken, lijkt het alsof alle verantwoordelijkheid voor de genezing bij de patiënt ligt. En als het niet lukt, heb je gefaald. Bijgevolg ga je bij herval denken: ‘wat heb ik verkeerd gedaan?’ En dat slaat nergens op, vindt Anita.

Het ‘kankerspook’

Kanker is een ziekte die je overkomt, het is gewoon brute pech en je hebt helaas zelf niks in handen, volgens Anita: “Tegen iemand die reuma of suikerziekte heeft, zegt men nooit dat die moet strijden. Maar bij kanker wél. Ik hou daar niet van.”

Een betere metafoor vindt ze die van het ‘kankerspook’: “Die komt nog het dichtst in de buurt van de realiteit. Want de ziekte is ongrijpbaar, je hebt er geen vat op. En zodra je de diagnose krijgt, blijft die non-stop door je gedachten spoken.”