Van ‘Grrot-Brittannië’ tot ‘Amerikaans president Donald Tusk’: Wat kunnen we leren uit een jaar ‘Taalfout opgemerkt?’?

Wat doen VRT-lezers met de knop ‘Taalfout opgemerkt’? Masterstudent journalistiek Michaël Claessens (KU Leuven) zocht het uit en kwam tot twee bevindingen: de nieuwsconsument meldt vooral tik- en spelfouten, en signaleert daarbij in zijn melding vaak enkel de oorspronkelijke fout. Inhoudelijke missers lijken echter ook wel wat frustratie met zich mee te brengen …

Sinds januari 2019 kunnen lezers van VRT NWS- en Sporza-artikels via de knop ‘Taalfout opgemerkt?’ naar hartenlust taalfouten melden. Bijna een jaar en meer dan 20.000 meldingen later is de tijd rijp voor een evaluatie van de knop.

Onder begeleiding van VRT-taaladviseur Ruud Hendrickx en docent Nederlandse taalbeheersing Eline Zenner stortte masterstudent Journalistiek Michaël Claessens (KU Leuven) zich op een willekeurige steekproef van duizend meldingen, met twee vragen voor ogen: welke fouten komen binnen, en hoe melden taalgebruikers die fouten?

Spel- en tikfouten op de eerste plaats

Michaël maakte in eerste instantie een inventaris van het soort fouten in de steekproef. Op de eerste plaats prijken spel- en tikfout, die de helft van de meldingen uitmaken. Op de tweede plaats staan zogenoemde constructie­fouten, zoals “2 schepen botsen elkaar...?” (18%). Ook grammaticale fouten duiken vaak op, met de notoire dt-fout (6,5%) als grootste uitschieter.

Een opmerkelijke tien procent van de meldingen bevat helemaal geen taalfout, maar veeleer inhoudelijke missers: “Ze hadden moeten benadrukken hoe absurd het is om miljarden belastinggeld te gebruiken om de auto-aankoop van de middenklasse te subsidiëren. EEN VOORDEEL IS NOG GEEN SUBSIDIE HE TRUT. FAKE NEWS.”

“Het is droevig gesteld met de taalkwaliteit van de VRT NWS-artikelen, hè?”

Vervolgens ging Michaël op zoek naar de manier waarop de VRT-lezer een taalfout signaleert. Zo leerde hij dat melders vrijwel altijd de originele fout in hun bericht opnemen (91%), terwijl een gesuggereerde correctie in slechts zes op de tien berichten te vinden is (58%).

Verder blijkt dat achter de meldingen ook al eens emoties schuilgaan. In ongeveer 1 op de 10 gevallen ventileren taalgebruikers hun frustratie via uitroeptekens, hoofdletters of versterkende bijwoorden: “Donald Tusk president van de VS???? Trump zullen jullie wel bedoelen. Waar solliciteer ik om de artikels mee te redigeren? Ja wadde!”.

Taalonzekerheid bij de melders zien we dan weer in 14% van de steekproef terugkomen, weerspiegeld in modale werkwoorden, vraagtekens en smileys: “Verkeersvrij betekent ook voetgangersvrij. Ik vermoed dat autovrij bedoeld wordt?”. Ergernis duikt het vaakst op bij inhoudelijke fouten, en tegen de verwachtingen in slechts bij een op vijf dt-fouten.

Pragmatische houding

Een opvallend pragmatische houding zag Michaël opduiken bij de hoogfrequente gebruikers van de knop. De vijf topgebruikers hanteren vrijwel nooit versterkende of verzachtende taalelementen, en houden de melding juist droog en zakelijk. Wel opvallend is dat deze hoge gebruikers een eigen systeem ontwikkeld lijken te hebben om zo gestructureerd (en dus snel) mogelijk taalfouten te kunnen melden.

Op een zakelijke manier spel- en tikfouten melden lijkt de constante na een jaar ‘Taalfout opgemerkt?’. Op naar de volgende 20.000!